Technische installaties kunnen een belangrijke bron van geluidshinder vormen binnen werkomgevingen. Ventilatiesystemen, warmtepompen, koelinstallaties, leidingwerk en andere gebouwgebonden installaties kunnen geluid veroorzaken dat wordt ervaren als brommen, zoemen, tikken of stromingsgeluid. Daarnaast kunnen trillingen via constructies worden overgedragen naar andere delen van het gebouw.
Binnen kantooromgevingen, onderwijsinstellingen, zorglocaties en andere werkplekken kunnen dergelijke geluiden leiden tot verstoring van concentratie, communicatie en akoestisch comfort. In de praktijk bestaat daarbij regelmatig onduidelijkheid over de bron van het geluid, de wijze waarop het zich door het gebouw verspreidt en de mate waarin installaties voldoen aan de gestelde prestaties.
Strooming voert specialistisch onderzoek uit naar installatiegeluid en brengt objectief in kaart hoe geluid en trillingen ontstaan, worden overgedragen en worden ervaren binnen de werkomgeving.
Doel van het onderzoek
Een onderzoek naar installatiegeluid richt zich op het beoordelen van geluid en trillingen afkomstig van technische installaties en de invloed daarvan op het gebruik van werkruimten.
Afhankelijk van de onderzoeksvraag kan inzicht worden verkregen in:
- de bijdrage van installaties aan het geluidsniveau binnen werkruimten;
- constructiegebonden overdracht van geluid en trillingen;
- de invloed van ventilatie-, verwarmings- en koelinstallaties;
- de prestaties van trillingsisolatie en bevestigingsconstructies;
- de relatie tussen installatiegeluid en ervaren hinder.
Daarnaast wordt beoordeeld welke installatietechnische of bouwkundige factoren bijdragen aan de geconstateerde situatie.
Onderzoeksaanpak
De onderzoeksstrategie wordt afgestemd op het type gebouw, de aanwezige installaties en de voorgelegde casus. Met behulp van professionele en gekalibreerde meetapparatuur worden geluidniveaus en, waar relevant, trillingen onderzocht onder representatieve bedrijfsomstandigheden. Afhankelijk van de onderzoeksvraag kunnen metingen worden uitgevoerd conform NEN-EN-ISO 16032 en aanvullende beoordelingsmethoden voor installatiegeluid en bouwakoestiek.
Daarnaast worden installaties, leidingwerk, bevestigingen, trillingsisolatie en constructieve koppelingen beoordeeld om mogelijke oorzaken van geluidsoverdracht inzichtelijk te maken. Wanneer klachten niet continu optreden, kunnen duurmetingen worden uitgevoerd om de relatie met gebruik, belasting of bedrijfsomstandigheden van installaties vast te leggen. Op basis van de voorgelegde situatie stellen wij een passend onderzoeksplan en bijbehorende offerte op.
Beoordeling
De onderzoeksresultaten worden beoordeeld aan de hand van relevante normen, richtlijnen en beoordelingskaders. Daarbij vormen het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), NEN-EN-ISO 16032 en relevante richtlijnen voor installatiegeluid belangrijke uitgangspunten. Waar relevant wordt daarnaast rekening gehouden met de gebruiksfunctie van de ruimte en de gewenste akoestische kwaliteit van de werkomgeving. De beoordeling maakt inzichtelijk in hoeverre installaties bijdragen aan de geconstateerde hinder en welke factoren daarbij een rol spelen.
Rapportage en advies
Na afronding van het onderzoek ontvangt u een technisch onderbouwde rapportage met:
- de meetresultaten en onderzoeksbevindingen;
- een beoordeling van installatiegeluid en eventuele trillingsoversdracht;
- een analyse van relevante bronnen en overdrachtsroutes;
- een interpretatie van de resultaten in relatie tot de werkomgeving;
- aanbevelingen voor mogelijke verbetermaatregelen.
De aanbevelingen kunnen betrekking hebben op installaties, leidingwerk, trillingsisolatie, bevestigingsconstructies of andere maatregelen die bijdragen aan het beperken van geluidsoverdracht en het verbeteren van het akoestisch comfort. De rapportage biedt een objectieve basis voor besluitvorming en ondersteunt opdrachtgevers bij het beoordelen van installatietechnische prestaties en het onderbouwen van eventuele verbetermaatregelen.
