Installatiegeluid vormt een veelvoorkomende oorzaak van geluidshinder binnen kantooromgevingen en andere werkplekken. Ventilatiesystemen, warmtepompen, leidingen, koelinstallaties en andere technische installaties kunnen geluid veroorzaken dat wordt ervaren als brommen, zoemen, tikken of stromingsgeluid. Daarnaast kunnen trillingen via vloeren, plafonds, wanden en leidingwerk worden overgedragen naar andere delen van het gebouw.
Binnen werkomgevingen kan installatiegeluid leiden tot concentratieverlies, verstoring van communicatie en verminderd akoestisch comfort. In de praktijk ontstaat daarnaast regelmatig discussie over de oorzaak van de hinder en de vraag of installaties voldoen aan de geldende eisen en richtlijnen.
Strooming voert specialistisch onderzoek uit naar installatiegeluid op werkplekken en binnen werkomgevingen. Daarbij brengen wij objectief in kaart waar het geluid ontstaat, hoe het zich verspreidt en welke bouwkundige of installatietechnische factoren bijdragen aan de geluidsoverdracht.
Wat is installatiegeluid?
Installatiegeluid is geluid dat wordt veroorzaakt door technische installaties in of rondom een gebouw.
Het gaat daarbij onder meer om:
- ventilatiesystemen;
- verwarmings- en koelinstallaties;
- warmtepompen;
- luchtbehandelingskasten;
- leidingwerk en pompen;
- koelinstallaties;
- technische installaties in centrale ruimten.
Het geluid kan direct hoorbaar zijn vanuit de installatie zelf, maar kan ook indirect worden overgedragen via constructiegebonden trillingen. Hierdoor ontstaat geluidshinder soms op locaties die zich op aanzienlijke afstand van de installatie bevinden.
De mate van hinder hangt onder meer samen met:
- het type installatie;
- de bedrijfsomstandigheden;
- de plaatsing en montage;
- de aanwezigheid van trillingsisolatie;
- de constructieve opbouw van het gebouw;
- de aard en frequentiesamenstelling van het geluid.
Binnen werkplekken speelt installatiegeluid een belangrijke rol bij concentratie, spraakverstaanbaarheid en het algemene akoestische comfort van de werkomgeving.
Onderzoeksgebieden
Het onderzoek richt zich op de factoren die bepalend zijn voor installatiegeluid en geluidsoverdracht binnen werkplekken en werkomgevingen.
Geluidsbronnen en installaties
Allereerst brengen wij in kaart welke installaties mogelijk verantwoordelijk zijn voor de geluidshinder.
Daarbij onderzoeken wij onder meer:
- ventilatie-installaties;
- luchtbehandelingskasten;
- technische ruimten;
- warmtepompen en koelinstallaties;
- leidingwerk en appendages;
- pompinstallaties.
Daarnaast beoordelen wij onder welke bedrijfsomstandigheden het geluid optreedt en in welke mate variaties in belasting invloed hebben op het geluidsniveau.
Geluidsoverdracht via constructies
Vervolgens analyseren wij hoe geluid en trillingen zich via de constructie door het gebouw verspreiden. In de praktijk ontstaat hinder regelmatig doordat installaties geluid overdragen via:
- vloeren;
- wanden;
- plafonds;
- leidingdoorvoeren;
- constructieve koppelingen.
Daarbij beoordelen wij zowel directe overdracht als flankerende transmissie via aangrenzende constructiedelen.
Plaatsing en montage van installaties
De wijze waarop installaties zijn geplaatst en bevestigd heeft grote invloed op de mate van geluidsoverdracht.
Daarom beoordelen wij onder meer:
- bevestigingsconstructies;
- trillingsisolatie;
- leidingbevestigingen;
- ontkoppelingen;
- aansluitdetails.
Met name bij ventilatie-installaties, leidingwerk en koelinstallaties kunnen starre verbindingen of onjuiste montages leiden tot verhoogde constructiegebonden overdracht.
Geluidsniveau op werkplekken
Tot slot beoordelen wij het geluidsniveau binnen werkruimten en verblijfsruimten. Daarbij kijken wij onder meer naar:
- de aard en het karakter van het geluid;
- de functie van de ruimte;
- de duur en variatie van het geluid;
- representatieve bedrijfsomstandigheden;
- de invloed op concentratie en akoestisch comfort.
Door deze factoren in samenhang te beoordelen ontstaat een realistisch beeld van de praktijksituatie.
Onderzoeksmethoden
Wij stemmen de onderzoeksaanpak af op het type gebouw, de aard van de installaties en de specifieke onderzoeksvraag. Afhankelijk van de situatie kan het onderzoek onder meer bestaan uit:
- metingen van installatiegeluid conform NEN-EN-ISO 16032;
- beoordeling van trillingen en constructiegebonden overdracht;
- analyse van installaties en leidingwerk;
- beoordeling van ventilatie- en luchtstromen;
- duurmetingen bij wisselende of tijdsafhankelijke klachten.
Wanneer geluidklachten niet continu optreden, kunnen wij meetapparatuur gedurende een langere periode plaatsen. Hierdoor ontstaat inzicht in het optreden van het geluid en de relatie met gebruik, belasting of bedrijfsomstandigheden van de installatie. Daarnaast voeren wij de metingen uit onder representatieve omstandigheden en stemmen wij de onderzoeksstrategie af op de praktijksituatie. Op basis van de voorgelegde situatie stellen wij een passend onderzoeksplan en bijbehorende offerte op.
Normen en richtlijnen
Onze onderzoeken voeren wij uit conform relevante normen, richtlijnen en beoordelingskaders, waaronder:
- Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL);
- NEN-EN-ISO 16032;
- relevante richtlijnen voor installatiegeluid en bouwakoestiek.
Daarnaast beoordelen wij de situatie in relatie tot het gebruik van de werkruimten en het gewenste akoestische comfort binnen de werkomgeving.
Uitvoering van het onderzoek
Onze adviseurs voeren het onderzoek uit op locatie met gekalibreerde meetapparatuur en volgens de relevante meetprotocollen. Daarbij beoordelen wij zowel de installaties zelf als de werkruimten waar het geluid wordt ervaren.
Tijdens het onderzoek houden wij onder meer rekening met:
- representatieve bedrijfsomstandigheden;
- variatie in installatiebelasting;
- invloed van ventilatie en gebruik;
- stoorgeluid vanuit de omgeving;
- constructieve omstandigheden van het gebouw.
Hierdoor ontstaat een betrouwbaar beeld van de situatie in de praktijk.
Rapportage en advies
Na afronding van het onderzoek ontvangt u een technisch onderbouwde rapportage met:
- analyse van de gemeten geluidniveaus;
- beoordeling van installatiegeluid en trillingsoversdracht;
- analyse van de bron en overdracht van het geluid;
- toetsing aan normen en richtlijnen;
- identificatie van oorzaken en akoestische knelpunten;
- aanbevelingen voor mogelijke beheers- of verbetermaatregelen.
Hiermee beschikt u over een objectieve en inhoudelijk onderbouwde basis voor technische beoordeling, optimalisatie van het akoestisch comfort en eventuele bouwkundige of installatietechnische maatregelen.
