Waarom NEN 689 relevant is voor slijpstof, schuurstof en straalstof
NEN 689 is verplicht wanneer je wilt beoordelen of werknemers worden blootgesteld boven de wettelijke grenswaarden.
Dat geldt dus ook voor:
- slijpstof (bij slijpen, afbramen, doorslijpen),
- schuurstof (bij handmatig of machinaal schuren),
- straalstof (bij gritstralen, zandstralen, natstralen).
Daarnaast spelen bij deze werkzaamheden vaak pieken, procesvariatie, open handelingen en verspreiding van fijnstof, waardoor een systematische beoordeling noodzakelijk is.
Hoe NEN 689 de blootstelling beoordeelt
De norm werkt volgens een vaste systematiek:
2.1 Homogene blootstellingsgroepen (HBG’s)
Werknemers worden ingedeeld in groepen die dezelfde soort taken uitvoeren en dus vergelijkbaar worden blootgesteld.
Voorbeelden:
- lassers die ook slijpen,
- monteurs die schuren tijdens assemblage,
- stralers die meerdere soorten grit gebruiken.
- NEN 689 eist dat metingen representatief zijn voor deze HBG’s.
2.2 Metingen onder normale omstandigheden
Metingen moeten plaatsvinden tijdens gebruikelijke werkmethoden, niet tijdens uitzonderlijke situaties.
Voor slijp-, schuur- en straalwerkzaamheden betekent dat:
- meten bij normaal tempo,
- met de gebruikelijke druk op het gereedschap,
- zonder het werk onnatuurlijk te vertragen of te versnellen.
2.3 Verschillende meetdagen
De norm vereist dat blootstelling wordt beoordeeld over meerdere dagen om procesvariatie mee te nemen.
Zeker bij slijp- en straalwerk is de variatie groot door verschillen in:
- materiaal,
- gereedschapsslijtage,
- positie van de werknemer,
- ventilatie en afzuiging,
- intensiteit van het werk.
Daarom adviseert NEN 689 meerdere meetmomenten.
Welke stof wordt gemeten volgens NEN 689?
De norm bepaalt wat je moet meten bij verschillende soorten stof:
3.1 Inhalerbaar stof
Noodzakelijk bij grovere stofdeeltjes zoals ontstaan bij:
- slijpen,
- schuren,
- stralen met grit.
3.2 Respireerbaar stof
Relevanter bij fijnere fracties → komt voor bij:
- fijn schuurwerk,
- bepaalde straalmiddelen,
- slijpen van coatings, verflagen of composieten.
Soms moeten beide fracties worden gemeten, afhankelijk van de materialen.
Wanneer vereist NEN 689 extra metingen?
De norm schrijft aanvullende metingen voor als:
- grenswaarden vermoedelijk worden overschreden,
- processen variëren,
- beheersmaatregelen (zoals afzuiging) worden aangepast,
- er klachten of meldingen zijn,
- eerdere metingen niet representatief bleken.
Bij slijp-, schuur- en straalwerk is dit vaak het geval, omdat deze taken:
- hoge stofpieken veroorzaken,
- open processen zijn,
- afhankelijk zijn van werkhouding en vaardigheid,
- plaatsvinden in ruimtes die niet altijd dezelfde luchtstroom hebben.
Hoe beoordeel je of de grenswaarde wordt overschreden?
NEN 689 gebruikt een statistische toetsing:
- de meetresultaten worden geanalyseerd via lognormale verdeling,
- de 95-percentielwaarde (of vergelijkbare parameters) bepaalt of de grenswaarde wordt overschreden,
- de werkgever moet aantonen dat het overgrote deel van de blootstelling onder de grenswaarde ligt.
- Dit maakt NEN 689 betrouwbaarder dan losse of eenmalige metingen.
Wat zegt NEN 689 over beheersmaatregelen?
De norm schrijft geen maatregelen voor, maar de uitkomst bepaalt wél wat nodig is.
Bij overschrijding of twijfel zijn dit vaak aangewezen maatregelen:
- bronafzuiging bij slijpen en schuren,
- gesloten straalkasten of straalcabines,
- optimalisatie van ventilatie en luchtstroming,
- scheiding van werkzaamheden,
- nat schuren of nat reinigen,
- passende PBM (bijvoorbeeld P3-filter).
Omdat slijp-, schuur- en straalprocessen veel variatie kennen, is regelmatige verificatie via metingen verstandig.
Zie ook: Blootstellingsscenario’s beoordelen
Ondersteuning bij stofmetingen volgens NEN 689
Veel bedrijven willen zeker weten dat hun beheersing voldoet aan de eisen van NEN 689.
Wij ondersteunen dit proces door representatieve metingen uit te voeren voor inhalerbaar en respireerbaar stof tijdens slijp-, schuur- en straalwerk.
Hiermee wordt duidelijk:
- of grenswaarden worden gehaald,
- welke taken het hoogste risico geven,
- en welke maatregelen aantoonbaar effectief zijn.
Conclusie
NEN 689 geeft een duidelijke systematiek om blootstelling aan stof te beoordelen.
Voor slijpstof, schuurstof en straalstof is deze aanpak noodzakelijk omdat de processen wisselend zijn en piekblootstelling veel voorkomt.
Met representatieve metingen ontstaat inzicht in de werkelijke blootstelling en in de effectiviteit van de beheersing.