Wat is thermische oververhitting?
Thermische oververhitting ontstaat wanneer binnentemperaturen gedurende langere perioden hoger blijven dan gewenst voor comfortabel gebruik van de woning.
In de praktijk kan dit leiden tot:
- een verminderd wooncomfort;
- slaapverstoring;
- concentratieproblemen;
- vermoeidheid;
- en gezondheidsrisico’s bij kwetsbare groepen.
Daarnaast kunnen langdurig verhoogde binnentemperaturen invloed hebben op:
- het gebruik van de woning;
- energieverbruik;
- en de prestaties van installaties.
Juist binnen moderne, goed geïsoleerde woningen blijkt warmte vaak moeilijker uit het gebouw afgevoerd te worden.
De rol van de TOjuli-indicator
Binnen nieuwbouw wordt het risico op oververhitting beoordeeld met de TOjuli-indicator. Deze methode geeft inzicht in de kans op temperatuuroverschrijding tijdens warme perioden.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar:
- zoninstraling;
- glasoppervlak;
- ventilatiemogelijkheden;
- oriëntatie van de woning;
- thermische massa;
- en de mogelijkheden voor warmteafvoer.
De TOjuli-berekening vormt daarmee geen beoordeling van één momentopname, maar een analyse van het thermisch gedrag van de woning gedurende de zomerperiode.
Oververhitting ontstaat door meerdere factoren
In de praktijk ontstaat thermische oververhitting zelden door één afzonderlijke oorzaak. Vaak is sprake van een combinatie van bouwkundige, installatietechnische en gebruiksgerelateerde factoren.
Veelvoorkomende oorzaken zijn:
- grote glasoppervlakken;
- onvoldoende buitenzonwering;
- beperkte spuiventilatie;
- hoge interne warmtelasten;
- ongunstige oriëntatie ten opzichte van de zon;
- en beperkte nachtelijke afkoeling.
Daarnaast spelen gebruikersgedrag en ventilatiegebruik regelmatig een belangrijke rol in de uiteindelijke temperatuurbelasting binnen de woning.
Bouwkundige en installatietechnische maatregelen
Om oververhitting te beperken kunnen verschillende maatregelen worden toegepast. Daarbij ligt de nadruk meestal op het beperken van warmtetoetreding en het verbeteren van warmteafvoer.
Voorbeelden hiervan zijn:
- buitenzonwering;
- beperking van zoninstraling;
- toepassing van zonwerend glas;
- verbetering van spuiventilatie;
- vergroting van nachtventilatie;
- vergroening en beschaduwing;
- optimalisatie van installaties en regeltechniek.
Juist passieve maatregelen spelen daarbij een belangrijke rol, omdat deze bijdragen aan thermisch comfort zonder extra koelenergie.
Thermisch comfort vraagt om integrale beoordeling
De beoordeling van hittestress beperkt zich niet uitsluitend tot temperatuurmetingen. In de praktijk wordt thermisch comfort beïnvloed door meerdere factoren tegelijkertijd.
Denk hierbij aan:
- luchttemperatuur;
- stralingstemperatuur;
- luchtsnelheid;
- luchtvochtigheid;
- gebruik van de woning;
- en gebruikersgedrag.
Daardoor vraagt beoordeling van thermische oververhitting doorgaans om een integrale benadering waarbij:
- bouwkundige eigenschappen;
- installaties;
- ventilatie;
- zonbelasting;
- en gebruiksomstandigheden
in samenhang worden beoordeeld.
Toenemende aandacht voor hittestress binnen vastgoed
Door stijgende buitentemperaturen groeit binnen woningbouw en vastgoedbeheer de aandacht voor hittestress en thermisch comfort.
Voor woningcorporaties, ontwikkelaars en vastgoedeigenaren ontstaat daardoor steeds vaker behoefte aan:
- inzicht in risico’s op oververhitting;
- beoordeling van bestaande woningen;
- onderbouwing van comfortklachten;
- en toekomstbestendige maatregelen.
Daarnaast speelt thermisch comfort een steeds grotere rol binnen:
- duurzaamheidsdoelstellingen;
- energieprestaties;
- en de kwaliteit van de woonomgeving.
Zie ook: binnenklimaatonderzoek in woningen
Oververhitting vraagt om objectief inzicht
Omdat thermische klachten sterk afhankelijk zijn van gebouwgedrag en gebruiksomstandigheden, blijkt in de praktijk regelmatig onduidelijk waardoor temperatuurproblemen precies ontstaan.
Juist daarom kunnen:
- simulaties;
- temperatuurmetingen;
- bouwfysische analyses;
- en beoordeling van ventilatie en zonbelasting
helpen om beter inzicht te krijgen in het functioneren van woningen tijdens warme perioden.
Daarmee ontstaat een objectieve basis voor maatregelen gericht op:
- thermisch comfort;
- beperking van hittestress;
- en toekomstbestendig gebruik van woningen.