Gevoel van zuurstoftekort op kantoor: waarom voelt een ruimte benauwd?

Een benauwd gevoel op kantoor wordt vaak omschreven als een tekort aan zuurstof. In normale gebouwen blijkt een werkelijk zuurstoftekort echter zelden voor te komen. Toch ervaren gebruikers regelmatig klachten zoals benauwdheid, vermoeidheid, hoofdpijn of concentratieverlies. De verklaring ligt meestal niet in één afzonderlijke oorzaak, maar in de manier waarop het binnenmilieu wordt ervaren en functioneert.

 

Het binnenmilieu bestaat uit meer dan alleen de kwaliteit van de lucht. Ook thermisch comfort, ventilatie, geur, verlichting, akoestiek en de inrichting van een ruimte beïnvloeden hoe comfortabel een gebouw wordt ervaren. Daardoor kan een ruimte technisch goed functioneren, terwijl gebruikers toch aangeven dat de lucht “zwaar” of “benauwd” aanvoelt.

Een benauwd gevoel ontstaat meestal door een combinatie van factoren

Binnenmilieuklachten zijn zelden terug te voeren op één meetwaarde of één installatie. Meestal is sprake van een combinatie van omstandigheden die elkaar versterken.

 

Veel voorkomende factoren zijn:

  • onvoldoende luchtverversing ten opzichte van de bezettingsgraad;
  • een ongunstig thermisch comfort door temperatuur, luchtvochtigheid of luchtstromen;
  • chemische agentia afkomstig uit materialen, producten of werkzaamheden;
  • biologische agentia, zoals schimmels of bacteriën als gevolg van vochtproblemen;
  • fijnstof of andere zwevende deeltjes;
  • hinderlijke geuren afkomstig van installaties, materialen of het gebouw.

 

De invloed van deze factoren verschilt per gebouw en per gebruikssituatie. Daardoor kunnen vergelijkbare klachten in verschillende gebouwen een geheel andere oorzaak hebben.

 

 

De beleving van een ruimte speelt eveneens een rol

Niet alleen technische omstandigheden bepalen hoe een ruimte wordt ervaren. Ook de ruimtelijke eigenschappen van een gebouw hebben invloed op het comfort. Een lage plafondhoogte, beperkte daglichttoetreding, donkere afwerkingen of een hoge bezettingsgraad kunnen ertoe bijdragen dat een ruimte kleiner, warmer of benauwder aanvoelt. Daarnaast kan een hinderlijke geur of een slecht verdeelde luchtstroom ervoor zorgen dat gebruikers de lucht als minder fris ervaren, ook wanneer de ventilatiecapaciteit op papier voldoende is.

Juist daarom lopen de technische prestaties van een gebouw en de ervaring van gebruikers niet altijd parallel.

 

 

Waarom zegt een CO₂-meting niet alles?

Bij klachten wordt vaak als eerste gekeken naar de CO₂-concentratie. Dat is begrijpelijk, omdat CO₂ een goede indicator vormt voor de hoeveelheid verse buitenlucht die beschikbaar is ten opzichte van het aantal aanwezige personen. Een CO₂-meting geeft echter uitsluitend informatie over de mate van luchtverversing. De meting zegt niets over andere aspecten van het binnenmilieu, zoals vluchtige organische stoffen (VOC’s), biologische agentia, fijnstof, temperatuur, luchtvochtigheid of geur. Een acceptabele CO₂-concentratie sluit daarom niet uit dat gebruikers toch klachten ervaren.

 

 

Waarom ervaart niet iedereen dezelfde ruimte op dezelfde manier?

Het komt regelmatig voor dat meerdere mensen in dezelfde ruimte werken, terwijl slechts een deel van hen klachten ervaart. Dat betekent niet dat de klachten geen relatie hebben met het gebouw. De beleving van het binnenmilieu verschilt per persoon en wordt onder meer beïnvloed door gezondheid, gevoeligheid, de aard van de werkzaamheden en de plaats waar iemand zich in de ruimte bevindt. Ook de luchtverdeling binnen een ruimte is zelden volledig homogeen. Daardoor kunnen lokale verschillen ontstaan in temperatuur, luchtstromen of de concentratie van verontreinigingen.

 

 

Wanneer is onderzoek zinvol?

Wanneer binnen een gebouw structureel klachten optreden of onduidelijkheid bestaat over de oorzaak, is een beoordeling van het binnenmilieu als geheel vaak effectiever dan het uitvoeren van één afzonderlijke meting. Afhankelijk van de onderzoeksvraag kunnen onder meer de volgende aspecten worden beoordeeld:

  • ventilatie en luchtverversing;
  • thermisch comfort;
  • CO₂, temperatuur en relatieve luchtvochtigheid;
  • chemische en biologische agentia;
  • fijnstof en vluchtige organische stoffen (VOC’s);
  • luchtstromen en het functioneren van klimaatinstallaties.

 

Door deze factoren in samenhang te beoordelen ontstaat een betrouwbaarder beeld van het functioneren van het binnenmilieu en de mogelijke oorzaak van de klachten.

 

 

Conclusie

Een gevoel van zuurstoftekort betekent meestal niet dat daadwerkelijk sprake is van een tekort aan zuurstof. In veel gevallen ontstaat het door een samenspel van factoren die gezamenlijk bepalen hoe het binnenmilieu wordt ervaren. Ventilatie is daarbij belangrijk, maar vormt slechts één onderdeel van het geheel. Een zorgvuldige beoordeling vraagt daarom om aandacht voor zowel de technische prestaties van een gebouw als de omstandigheden waaronder het wordt gebruikt.

Strooming: Binnengewoon goed!

Bent u benieuwd naar de mogelijkheden die wij u kunnen bieden? Vraag dan een vrijblijvende offerte aan via onze offertebutton.

Gezondheid
Comfort
Compliance