Wat zegt de Arbowet over daglicht?
De Arbowet en het Arbobesluit schrijven voor dat arbeidsplaatsen voldoende daglicht moeten ontvangen, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is vanwege de aard van de werkzaamheden of het gebouw.
Daarnaast moeten werkplekken bij voorkeur:
- beschikken over zicht naar buiten;
- voldoende visueel comfort bieden;
- en geen hinder veroorzaken door verblinding of reflectie.
Wanneer daglicht onvoldoende beschikbaar is, moet kunstverlichting zorgen voor een passend lichtniveau afgestemd op:
- de werkzaamheden;
- de visuele belasting;
- en de gebruiksfunctie van de ruimte.
Daarbij spelen niet alleen lichtsterkte, maar ook:
- gelijkmatigheid;
- contrast;
- kleurweergave;
- en visueel comfort
een belangrijke rol.
Waarom is daglicht belangrijk op de werkplek?
Daglicht beïnvloedt zowel de visuele kwaliteit van een ruimte als het algemene gebruikscomfort.
Een goed daglichtniveau kan bijdragen aan:
- vermindering van visuele belasting;
- ondersteuning van het dag- en nachtritme;
- verhoogd comfort;
- en een prettigere werkomgeving.
Daarnaast ontstaat in ruimten met onvoldoende daglicht vaker behoefte aan aanvullende kunstverlichting, waardoor:
- contrastverschillen;
- reflecties;
- en visuele vermoeidheid
kunnen toenemen.
Juist binnen kantooromgevingen, onderwijsruimten en andere verblijfsruimten speelt de kwaliteit van licht daarom een belangrijke rol binnen het totale binnenmilieu.
Daglicht en kunstverlichting vormen één geheel
In de praktijk wordt verlichting op de werkplek bepaald door een combinatie van:
- daglichttoetreding;
- kunstverlichting;
- positionering van werkplekken;
- en reflectie van oppervlakken.
Daarom kan een ruimte met veel daglicht alsnog onvoldoende visueel comfort bieden wanneer:
- hinderlijke verblinding optreedt;
- contrasten te groot zijn;
- zoninstraling onvoldoende wordt beheerst;
- of kunstverlichting niet goed aansluit op het gebruik van de ruimte.
Daarnaast kunnen grote glasoppervlakken invloed hebben op:
- thermisch comfort;
- oververhitting;
- en reflecties op beeldschermen.
Juist daardoor vraagt beoordeling van verlichting doorgaans om een integrale benadering van:
- daglicht;
- kunstverlichting;
- zonwering;
- en gebruik van de ruimte.
Werkplekken zonder daglicht
Binnen sommige gebouwen bevinden werkplekken zich in ruimten met beperkte of geen directe toegang tot daglicht. Denk hierbij aan:
- inpandige kantoorruimten;
- technische ruimten;
- archiefruimten;
- of werkplekken in ondergrondse bouwdelen.
In dergelijke situaties wordt het belang van:
- kwalitatieve kunstverlichting;
- visueel comfort;
- ventilatie;
- en verblijfskwaliteit
nog groter.
Daarnaast kunnen werkplekken zonder daglicht extra gevoelig zijn voor:
- vermoeidheidsklachten;
- discomfort;
- en verminderde beleving van de werkomgeving.
Lichtniveaus en normering
Voor beoordeling van kunstverlichting binnen werkomgevingen wordt vaak gebruikgemaakt van NEN-EN 12464-1. Deze norm beschrijft richtlijnen voor:
- lichtsterkte;
- gelijkmatigheid;
- verblindingsbeperking;
- en visueel comfort.
Voor kantoorwerkplekken wordt doorgaans een lichtniveau van circa:
op het werkvlak aangehouden.
De benodigde verlichting is echter afhankelijk van:
- de aard van de werkzaamheden;
- leeftijd van gebruikers;
- visuele belasting;
- en de gebruiksfunctie van de ruimte.
Optimalisatie van daglicht en visueel comfort
Binnen werkomgevingen kunnen verschillende maatregelen bijdragen aan een beter visueel comfort en een evenwichtige daglichttoetreding.
Veelvoorkomende maatregelen zijn:
- optimale positionering van werkplekken;
- toepassing van zonwering;
- gebruik van lichtreflecterende materialen;
- beperking van verblinding;
- en afstemming tussen daglicht en kunstverlichting.
Daarnaast spelen gebouwontwerp, gevelopbouw en oriëntatie ten opzichte van de zon een belangrijke rol bij de kwaliteit van daglicht binnen een ruimte.
Wanneer is aanvullend onderzoek relevant?
Een nadere beoordeling van verlichting en daglicht kan relevant zijn wanneer:
- medewerkers visuele klachten ervaren;
- hinderlijke reflecties optreden;
- onduidelijkheid bestaat over lichtniveaus;
- beeldschermwerk wordt verstoord;
- of grote verschillen bestaan tussen werkplekken.
In dergelijke situaties kunnen:
- lichtmetingen;
- daglichtanalyses;
- en beoordeling van visueel comfort
helpen om beter inzicht te krijgen in het functioneren van de werkomgeving.
Daglicht maakt onderdeel uit van het totale binnenmilieu
Daglicht en verlichting kunnen niet los worden gezien van andere aspecten van het binnenmilieu. In de praktijk hangen:
- visueel comfort;
- thermisch comfort;
- zoninstraling;
- ventilatie;
- en gebruik van de ruimte
sterk met elkaar samen.
Juist daarom vraagt beoordeling van daglicht en verlichting doorgaans om een integrale benadering waarbij zowel:
- bouwkundige eigenschappen;
- installaties;
- gebruiksomstandigheden;
- als comfortbeleving
in samenhang worden beoordeeld.