Technische installaties zoals ventilatiesystemen, liften en pompen kunnen een belangrijke bron van geluidsoverlast zijn binnen gebouwen. Dit geluid is vaak continu aanwezig of treedt op specifieke momenten op, wat kan leiden tot hinder, afleiding en een verminderde gebruikskwaliteit van ruimtes. In de praktijk is vaak onduidelijk waar het geluid vandaan komt en hoe het zich door het gebouw verspreidt. Hierdoor worden maatregelen genomen zonder zekerheid over het effect. Strooming maakt inzichtelijk hoe installatiegeluid ontstaat en zich door het gebouw verplaatst, zodat duidelijk wordt waar het functioneren van ruimtes wordt beïnvloed.
Onderzoek afgestemd op de situatie
Onderzoek naar installatiegeluid richt zich op de geluidsproductie van installaties en de overdracht naar aangrenzende ruimtes, in relatie tot het gebruik van het gebouw.
Daarbij wordt gekeken naar:
- geluidsproductie van installaties
- invloed van installatieopstelling en plaatsing
- overdracht via luchtstromen en bouwkundige elementen
- samenhang tussen installaties en gebruik van de ruimtes
Door deze aspecten te beoordelen ontstaat een duidelijk beeld van de invloed van installaties op de geluidsbelasting.
Van meting naar beoordeling
Op basis van de resultaten wordt vastgesteld:
- welke installaties de geluidsbelasting veroorzaken
- hoe het geluid zich door het gebouw verspreidt
- in hoeverre sprake is van hinder of verstoring van het gebruik
De beoordeling vindt plaats aan de hand van relevante prestatie-indicatoren en geldende normen.
Wat levert het op?
- Inzicht in de bijdrage van installaties aan geluidsoverlast
- Duidelijkheid over de oorzaak en verspreiding van het geluid
- Onderbouwd advies over gerichte maatregelen
Adviezen sluiten aan op zowel de technische mogelijkheden als het gebruik van de ruimtes.
