Geur- en stankklachten binnen gebouwen kunnen leiden tot hinder, onzekerheid en een verminderd gebruikscomfort. In veel situaties is onduidelijk waar een geur vandaan komt, hoe deze zich door het gebouw verspreidt en welke factoren bijdragen aan het voortbestaan van het probleem.
Binnen woningen, appartementencomplexen en andere verblijfsruimten ontstaan regelmatig klachten over kookgeuren, sigarettenrook of andere hinderlijke geuren afkomstig van aangrenzende woningen of gemeenschappelijke installaties. Daarbij spelen ventilatie, drukverschillen, bouwkundige aansluitingen en luchtlekken vaak een belangrijke rol.
Strooming voert onafhankelijk geuronderzoek uit in gebouwen. Daarbij brengen wij objectief in kaart hoe geur ontstaat, zich verspreidt en wordt waargenomen binnen het gebouw. Daarnaast beoordelen wij welke bouwkundige, installatietechnische of gebruiksgerelateerde factoren bijdragen aan de geurhinder en welke maatregelen kunnen bijdragen aan een structurele oplossing.
Doel van het onderzoek
Een geuronderzoek richt zich op het vaststellen van de bron, oorzaak en verspreiding van geurproblemen binnen een gebouw.
Het onderzoek kan onder meer antwoord geven op de volgende vragen:
- Waar komt de geur vandaan?
- Onder welke omstandigheden treedt de geur op?
- Hoe verspreidt de geur zich door het gebouw?
- Welke rol spelen ventilatie, luchtstromen en drukverschillen?
- Via welke bouwkundige of installatietechnische routes verspreidt de geur zich?
- Kunnen de geconstateerde omstandigheden leiden tot gezondheidskundige risico’s?
- Welke maatregelen kunnen geurhinder verminderen of voorkomen?
De resultaten bieden inzicht in de oorzaak van geurhinder en vormen de basis voor gerichte verbetermaatregelen.
Onderzoeksaanpak
De onderzoeksstrategie wordt afgestemd op de aard van de klachten, het type gebouw en de voorgelegde casus. Het onderzoek start met een inventarisatie van de geurklachten, gebouwomstandigheden en mogelijke geurbronnen. Vervolgens worden de omstandigheden onderzocht die van invloed kunnen zijn op het ontstaan en de verspreiding van geur.
Afhankelijk van de onderzoeksvraag kunnen onder meer ventilatievoorzieningen, luchtstromen, drukverschillen, bouwkundige aansluitingen, installaties, gebruiksomstandigheden en klimaatomstandigheden worden beoordeeld. Daarbij kunnen inspecties, rooktesten, ventilatiemetingen, luchtmonsters en andere specialistische onderzoeksmethoden worden ingezet. Wanneer de situatie daarom vraagt, kunnen aanvullend laboratoriumanalyses worden uitgevoerd. Hierbij kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van GC-MS-analyse (Gaschromatografie-Massaspectrometrie) om de chemische samenstelling van luchtmonsters te bepalen en mogelijke geurbronnen nader te identificeren. Bij geurklachten tussen woningen of verblijfsruimten wordt specifiek aandacht besteed aan mogelijke verspreidingsroutes via ventilatiesystemen, leidingdoorvoeren, schachten, bouwkundige aansluitingen en andere luchtlekken.
Beoordeling
Voor geurhinder binnen gebouwen bestaan doorgaans geen eenduidige grenswaarden. Daarom worden onderzoeksresultaten beoordeeld aan de hand van relevante wet- en regelgeving, gezondheidskundige advieswaarden voor individuele stoffen, bouwfysische beoordelingskaders en richtlijnen voor ventilatie en binnenmilieu. Op basis van de onderzoeksresultaten beoordelen wij welke factoren bijdragen aan de geurhinder, in hoeverre sprake kan zijn van gezondheidskundige risico’s en welke maatregelen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de situatie.
Rapportage en advies
Na afronding van het onderzoek ontvangt u een rapportage met:
- de onderzoeksbevindingen;
- analyse van geurbronnen en verspreidingsroutes;
- interpretatie van meetresultaten en laboratoriumanalyses;
- beoordeling van mogelijke gezondheidskundige risico’s;
- beoordeling van bouwkundige, installatietechnische en gebruiksgerelateerde factoren;
- conclusies en aanbevelingen voor verbetermaatregelen.
De adviezen kunnen onder meer betrekking hebben op het wegnemen of beperken van geurbronnen, het optimaliseren van ventilatie en luchtstromen, aanpassingen aan ventilatievoorzieningen of installaties, herstel van bouwkundige aansluitingen en het beperken van geurverspreiding tussen woningen of ruimten. De rapportage biedt een objectieve basis voor besluitvorming en ondersteunt bewoners, verhuurders, VvE’s, woningcorporaties en beheerders bij het oplossen van geurproblemen en het verbeteren van het binnenmilieu.
