Laagfrequent geluid kan een aanzienlijke invloed hebben op het wooncomfort. Bewoners ervaren dit geluid vaak als een brom, dreun of continu zoemend geluid dat moeilijk te lokaliseren is. Daarnaast kan laagfrequent geluid gepaard gaan met een gevoel van trillingen of druk, zonder dat de bron direct zichtbaar of hoorbaar is.
In de praktijk ontstaat daardoor regelmatig onduidelijkheid over de oorzaak van de hinder en de relatie tussen de ervaren klachten en de feitelijke geluidssituatie. Omdat laagfrequent geluid zich anders gedraagt dan regulier geluid, vraagt de beoordeling om een specialistische aanpak.
Strooming voert onderzoek uit naar laagfrequent geluid in woningen en woongebouwen en brengt objectief in kaart waar het geluid ontstaat, hoe het zich verspreidt en welke factoren bijdragen aan de ervaren hinder.
Doel van het onderzoek
Het doel van het onderzoek is het vaststellen en beoordelen van laagfrequent geluid binnen woningen en woongebouwen.
Daarbij onderzoeken wij onder meer:
- de aard en mogelijke bron van het geluid;
- de frequentiesamenstelling en intensiteit;
- de verspreiding van geluid en trillingen binnen het gebouw;
- constructiegebonden overdrachtsroutes;
- de relatie tussen de gemeten situatie en de ervaren hinder.
Hierdoor ontstaat inzicht in zowel de technische oorzaak als de invloed van het geluid op het wooncomfort.
Onderzoeksmethoden
De onderzoeksstrategie wordt afgestemd op de aard van de klachten, de woning en de onderzoeksvraag.
Afhankelijk van de situatie kunnen de werkzaamheden onder meer bestaan uit:
- metingen gericht op lage frequenties;
- langdurige registraties van geluidniveaus;
- analyse van frequentiespectra en toonkarakter;
- beoordeling van trillingen en constructiegebonden overdracht;
- analyse van bouwkundige, constructieve en installatietechnische factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan of versterken van laagfrequent geluid.
In de praktijk blijkt dat de waargenomen hinder niet altijd rechtstreeks samenhangt met de gemeten geluidniveaus. Daarom beoordelen wij zowel de akoestische situatie als de wijze waarop laagfrequent geluid zich binnen het gebouw manifesteert. Omdat laagfrequent geluid zich anders gedraagt dan midden- en hoogfrequent geluid en zowel akoestische als bouwfysische aspecten een rol kunnen spelen, vraagt de beoordeling om specialistische meet- en analysemethoden.
Normen en richtlijnen
Voor laagfrequent geluid bestaan in Nederland geen specifieke wettelijke grenswaarden.
De beoordeling vindt daarom plaats aan de hand van erkende richtlijnen en beoordelingsmethoden, waaronder:
- NSG-richtlijn voor laagfrequent geluid;
- Vercammen-curve voor hinderbeoordeling;
- relevante akoestische beoordelingsmethoden en vaktechnische richtlijnen.
Daarnaast beoordelen wij de situatie in relatie tot het gebruik van de woning, de aard van de klachten en het wooncomfort van de bewoners.
Uitvoering van het onderzoek
Onze adviseurs starten het onderzoek met een inventarisatie van de situatie, de ervaren hinder en mogelijke geluidsbronnen. Vervolgens wordt meetapparatuur geplaatst op representatieve locaties binnen de woning of het woongebouw. Afhankelijk van de situatie kunnen de metingen gedurende meerdere dagen of weken plaatsvinden om variaties en patronen in de geluidssituatie inzichtelijk te maken. Alle metingen worden uitgevoerd met gekalibreerde apparatuur en volgens relevante meetrichtlijnen.
Rapportage en advies
Na afronding van het onderzoek ontvangt u een technisch onderbouwde rapportage met:
- analyse van bron, aard en omvang van het laagfrequent geluid;
- beoordeling van de gemeten frequenties en geluidniveaus;
- analyse van mogelijke overdrachtsroutes;
- beoordeling van de relatie tussen objectief vastgestelde geluidniveaus en de ervaren hinderbeleving.
- toetsing aan relevante richtlijnen en beoordelingsmethoden;
- aanbevelingen voor mogelijke technische of organisatorische maatregelen.
Hiermee beschikt u over een objectieve en inhoudelijk onderbouwde basis voor verdere besluitvorming en het gericht verbeteren van het wooncomfort.
