Laagfrequent geluid wordt vaak ervaren als een brom, dreun of trilling en is voor bewoners moeilijk te plaatsen. Het kan afkomstig zijn van installaties, technische ruimtes of externe bronnen en verplaatst zich gemakkelijk door het gebouw. Omdat dit type geluid minder goed hoorbaar maar wel voelbaar is, leidt het regelmatig tot klachten waarbij de oorzaak niet direct duidelijk is. Strooming maakt inzichtelijk waar het geluid vandaan komt en hoe het zich door het gebouw verspreidt, zodat duidelijk wordt wat bewoners ervaren.
Onderzoek afgestemd op de situatie
Onderzoek naar laagfrequent geluid richt zich op het vastleggen van lage frequenties en het beoordelen van de ervaren hinder.
Daarbij wordt gekeken naar:
- aard en karakter van het geluid
- duur en momenten van optreden
- relatie tussen geluidsniveau en ervaren hinder
Door deze aspecten te beoordelen ontstaat een duidelijk beeld van de situatie.
Van meting naar beoordeling
Op basis van de resultaten wordt vastgesteld:
- waar het geluid vandaan komt
- in hoeverre sprake is van hinder
- welke factoren hierbij bepalend zijn
De beoordeling vindt plaats aan de hand van richtlijnen zoals de NSG-curve en de Vercammen-curve.
Wat levert het op?
- Inzicht in de bron en verspreiding van laagfrequent geluid
- Duidelijkheid over de mate van hinder
- Onderbouwde basis voor vervolgstappen
Dit maakt het mogelijk om klachten te beoordelen en gerichte maatregelen te bepalen.
